Overslagvolume inland terminals per jaar

  • Binnenvaart
Resultaten
Resultaten

Intermodaal spoorvervoer via Inland Terminals in havens Rotterdam

Rotterdamse terminals x TEU. Bron: Railcargo, spoor in cijfers 2015

Intermodaal vervoer via Inland Terminal in achterland

x TEU. Bron: Railcargo, spoor in Cijfers 2015

Overslag Binnenvaart via Inland Terminals

Bron: CBS Maatwerk/RWS Sluistellingen NIS. Gemeenten met Inland terminal en meer dan 35.000 TEU overslag in 2014.
Toelichting
Toelichting

Toelichting Indicator

Toelichting indicator

  • Inland terminals zijn belangrijke schakels in de intermodale logistieke keten. Via deze indicator wordt inzicht gegeven in de ontwikkeling van het overslagvolume van Inlandterminals. Overslag op inland terminals betekent in Nederland vooral spoor en binnenvaart overslag, vaak naar de weg voor het voor/natransport naar de eindbestemming.

Inhoud

  • De overslag op terminals voor de binnenvaart in TEU zijn bepaald aan de hand van de jaarlijkse publicatie van CBS Maatwerk en de sluistellingen van Rijkswaterstaat via het NIS systeem. Het NIS systeem prevaleert boven CBS Maatwerk.
    Voor het overslagvolume op spoorterminals zijn de aantallen containers omgerekend naar TEU’s door middel van de omrekenfactor x1,8. Er is geen systematische inzage in het bulkvolume dat per spoor via inlandterminals wordt overgeslagen.

 

Bronnen en Data
Bronnen en Data

Bronnen en Data

Bronnen

  • Om te bepalen welk volume in inlandterminals via het spoor wordt overgeslagen is gebruik gemaakt van Rail Cargo, Spoor in Cijfers 2015. Deze cijfers zijn jaarlijks beschikbaar vanaf 2009. Er zijn van enkele spoor terminals geen overslagcijfers bekend (Amsterdam, Moerdijk). Ook wordt geen rekening gehouden met de spoorterminals net over de grens met Duitsland, namelijk Emmerich en Bad-Bentheim, die wel een sterk Nederlands verzorgingsgebied kennen.
  • Voor de binnenvaartoverslag in TEU is gebruik gemaakt van CBS Maatwerk. De gegevens zijn daarnaast aangevuld met sluistellingen van RWS/NIS. Cijfers zijn jaarlijks beschikbaar vanaf 2011.

Data

Overslag Spoorvervoer via Inland Terminals (in TEU’s)

Terminal 2009 2010 2011 2012 2013 2014
ECT Delta + Euromax Terminal 702.000 675.000 726.527 722.700 684.000 727.200
RSC Rotterdam 480.085 549.293 547.443 546.930 546.167 519.871
CCT Rotterdam 11.826 22.160 23.848 18.263 24.374 34.022
Railterminal Veendam 91.800 n.b. 63.000 22.927 23.261 12.902
Euroterminal Coevorden 40.248 27.115 38.921 37.861 38.642 38.968
Rail Terminal Tilburg 19.642 49.039 52.384 57.935 31.210 40.192
Railterminal Eindhoven 37.312 42.890 43.576 43.963 40.385 37.514
ECT TCT Venlo 133.380 135.000 151.200 142.200 142.200 143.640
Rotterdam P&O Ferries n.b. n.b. 15.208 10.453 15.129 11.569
Container terminal Stein 29.700 34.560 28.431 24.696 26.550 n.b.
Cabooter Railcargo Venlo n.b. 36.000 43.200 48.600 61.200
Rail terminal Chemelot 0 n.b. 0 0 10.800 53.712
Totaal 1.545.993 1.535.058 1.726.538 1.671.127 1.631.318 1.680.790

Bron: Railcargo, Spoor in Cijfers 2015

Overslag Binnenvaart in TEU’s inland terminals

2011 2012 2013 2014 % binnenvaart

2012-2014

Alphen aan den Rijn 146.771 161.616 158.183 180.045 +23%
Oosterhout** n.b. 109.500 n.b. 138.000 +26%
Utrecht 106.753 80.101 104.888 113.567 +6%
Nijmegen 87.362 70.764 78.195 102.260 +17%
Sittard-Geleen (Born) ** 103.000 93.000 92.000 99.000 -4%
Hengelo (O) ** 97.000 86.000 99.000 98.000 +1%
Hoogezand-Sappemeer 21.140 26.243 50.938 91.109 +331%
Hertogenbosch, ‘s- ** 107.000 98.000 83.000 88.000 18%
Kampen 27.342 42.982 66.952 85.432 +212%
Venray** 78.532 84.125 86.521 80.000 +2%
Tilburg** 56.000 57.000 74.000 80.000 +43%
Venlo** 38.468 41.875 86.152 74.000 +92%
Bergen op Zoom 52.580 60.447 60.848 75.682 +44%
Meppel 89.116 99.782 69.222 69.855 22%
Veghel** 37.000 53.000 64.000 61.000 +65%
Leeuwarden 0 21.189 47.217 53.894 +114%
Oss 61.603 64.728 58.511 50.015 19%
Tiel 353 405 20.875 46.586 +123%
Totaal 1.139.895 1.285.402 1.361.371 1.660.498 +29%

Opgenomen zijn gemeenten met inland terminal en meer dan 35.000 TEU overslag in 2014.
(**) Cijfers o.b.v. Sluistellingen RWS/NIS 2015

Bron: CBS Maatwerk (2015), aangevuld met sluistellingen RWS/NIS, 2015.

Conclusies
Conclusies

Conclusies

  • Zoals bij indicator A2 is opgemerkt is het spoorvervoer in Nederland vooral internationaal georiënteerd. Het binnenlands spoorvervoer maakt minder dan 10% uit van het totale spoorvervoer. Inlandterminals fungeren als schakel om deze stromen te verwerken. Voor het spoorvervoer is een indeling gemaakt van (1) Rotterdamse terminals, die vooral gericht zijn op de internationale stromen (m.n. Euromax en RSC) en grote volumes behandelen, en (2) het intermodale spoorvervoer vanuit achterlandterminals, waarbij binnenlands spoorvervoer vaak een groter deel uitmaakt.
  • Het is niet goed mogelijk om uitspraken te doen m.b.t. de totale omvang van de goederenstromen voor alle inland terminals, omdat er teveel data ontbreken of niet volledig zijn. Er is geen duidelijke trend waarneembaar o.b.v. de data die wel beschikbaar is. Wat spoor betreft kennen de terminals in  Friesland en Veendam sinds 2015 geen overslag meer, maar er zijn nieuwe spoordiensten opgezet in Venlo (Cabooter) en Chemelot. Ook heeft het Havenbedrijf Rotterdam aangekondigd te starten met een specifiek incubatorprogramma om bedrijven te faciliteren met het ontwikkelen van spoordiensten. Rotterdam wil met name de Zuid-Duitse markt beter bedienen en ziet kansen voor het spoorproduct. Tussen 2009 en 2014 is de omvang van het overgeslagen aantal TEU’s van alle spoor inland terminals toegenomen met ongeveer 135.000 TEU tot bijna 1,7 miljoen TEU.
  • Naast het spoorvervoer behandelen inlandterminals ook binnenvaartvolumes. In totaal is de overslag in TEU binnen de top 18 gemeenten met een inland terminal tussen 2012 en 2014 met 29% toegenomen. Recent nieuwe initiatieven en investeringen in bijvoorbeeld Tiel, Kampen, Cuijk en Nijmegen stuwen deze ontwikkeling, en de groei van de markt lijkt nog niet verzadigd.